
In Amsterdam moest je 13 loketten langs, 300 vragen beantwoorden, en een kleine kruiwagen aan papier aanleveren voordat je een kroeg kon starten. Amsterdam startte daarom Horeca1; een paar bevlogen ambtenaren vroeg aan de horecaondernemers wat zij voor hen konden doen om de dienstverlening te verbeteren. Dit voorbeeld was genoeg reden voor de ministeries van BZK en EZ om via casusadoptie te ontdekken of dit in andere gemeenten ook niet anders kon. Andrée van Es (dgBZK) en Mark Frequin (dgEZ) besloten hiervoor de handen ineen te slaan.

Zij zijn in december 2008, samen met hun casusleiders, om tafel gaan zitten met een groep Rotterdamse horecaondernemers die tegen overheidsbureaucratie aanlopen. Bij exploitanten leven o.a. vragen als: Waarom moet ik op zoveel plekken dezelfde informatie aanleveren? Waarom zijn er zoveel verschillen in de toepassing van de Wet BIBOB bij gemeenten? In de decemberbijeenkomst is vooral naar de ondernemers geluisterd. Vervolgens is met de door hen gestelde vragen aan de slag gegaan.
‘Alleen al bij BZK bijvoorbeeld zijn verschillende directies ieder vanuit hun eigen optiek bezig met zaken die de horeca raken', zo vertelt Jacqueline Wetzels (projectleider bij BZK) in het sociaal jaarverslag van het departement. ‘Gelijktijdig zit ik ook om tafel met medewerkers van vier ministeries, van de ICTU en van de Koninklijke Horeca. Op gemeentelijk niveau zijn er organisaties betrokken als het Kadaster en de Kamer van Koophandel. Bij de betrokkenen bestaat geen totaalplaatje van wat de gevolgen van ieders beleid zijn voor de ondernemers. Daarom praten we samen over oplossingen, zoals één landelijk loket voor alle horecaondernemers. De DG's zorgen persoonlijk voor het nodige bestuurlijke draagvlak, dat opent deuren die anders vaak gesloten blijven'.
Op 23 juni jl spraken de Rotterdamse horeca, BZK en EZ weer met elkaar, dit keer was ook de gemeente Rotterdam van de partij. Andrée en Mark boden de ondernemers inzicht in wat er het afgelopen halfjaar is gerealiseerd en gaven duidelijkheid over punten die zij niet zullen invullen. Een versoepeling van de BIBOB-regels is bijvoorbeeld niet aan de orde. Verspreiding van goede voorbeelden over omgang vanuit de gemeenten met BIBOB weer wel.
De projectleden hebben zeker niet stilgezeten sinds de bijeenkomst van 23 juni. De volgende merkbare verbeteringen zijn inmiddels gerealiseerd:
- De branchewijzer is terug! In nauwe samenwerking met Koninklijke Horeca Nederland heeft Antwoord voor Bedrijven een stappenplan voor het starten van een horecabedrijf gemaakt. Deze is te vinden via de site van AvB: www.antwoordvoorbedrijven.nl/horeca. Daarmee is deze informatie beschikbaar voor álle startende horeca-ondernemers in Nederland. Concrete nalevingshulp dus, voor alle horecaondernemers in Nederland beschikbaar.
- De overheidsmonitor, een instrument waarmee de digitale dienstverlening van gemeenten wordt gemeten, is aangepast. Daardoor krijgt een gemeente extra punten als ondernemers via een integrale vergunningaanvraag hun horecavergunningen bij de gemeente kunnen aanvragen. Gemeenten worden dus gestimuleerd om hun dienstverlening te verbeteren door bijvoorbeeld Horeca1 in te voeren.
- De Voedsel- en warenautoriteit (VWA) biedt inmiddels aan beginnende horecabedrijven een startgesprek aan, waarbij uitleg en hulp voor de ondernemer centraal staan en nog geen sancties worden uitgedeeld.
- Het sms-je voor latere openingstijden zoals kroegbazen dat van de gemeente Rotterdam kennen zal komend jaar ook voor andere gemeenten beschikbaar komen. Zo kunnen meer ondernemers in Nederland er volgend jaar gebruik van maken. Eind van dit jaar zal het Ministerie van BZK samen met de VNG en de steun van gemeentelijke bestuurders de gemeenten overtuigen om het zogenaamde 'verlaatje' in te voeren.
'Achter de schermen' zijn een aantal zaken in gang gezet:
- Op 23 juni heeft het programma 'Slim geregeld, Goed Verbonden' haar plannen gepresenteerd rondom het digitale horecadossier. Bij deze plannen zijn ook de ondernemers betrokken geweest. Inmiddels wordt het horecadossier verder ontwikkeld, zodat het getoetst kan worden bij ondernemers, toezichthouders en gemeenten. Wanneer het ondernemersdossier op grote schaal wordt ingevoerd en gebruikt, kunnen de informatiestromen tussen ondernemers en overheden (gemeenten, toezichthouders) sterk vereenvoudigd worden.
- De Wet dwangsom zorgt ervoor dat je als ondernemer de gemeente kunt aanspreken als de wettelijke termijn voor het verlenen van een vergunning wordt overschreden. Denk bijvoorbeeld aan de drank- en horecavergunning. Je kunt als ondernemer dan aanspraak maken op een financiële vergoeding.
- De wet BIBOB is vanuit het perspectief van dienstverlening, geen eenvoudige. De afhandeling is in handen van de gemeenten en de uitvoering ervan zorgt voor de nodige administratieve lasten. Het is een politieke keuze van het kabinet om fraude tegen te gaan met deze wet BIBOB. De wet is dus noodzakelijk maar de uitvoering van de wet kan eenvoudiger. Daarvoor is het nodig dat het belangen van de horecaondernemers ook bij de beleidsmakers goed bekend is. Er is dan ook afgesproken dat de betrokken ambtenaren structureel met horecaondernemers om de tafel zullen zitten. Ook wordt het formulier van de BIBOB onder handen genomen door de formulierenbrigade die getraind zijn administratieve lasten met succes te verminderen. Dus ook daar verwachten de casusleiders het komend jaar een verbetering.
En, er is een datum geprikt voor de volgende bijeenkomst, waarbij ook de sponsoren Mark Frequin en Andrée van Es weer aanwezig zullen zijn. Op de avond van 9 december worden de resultaten van een jaar casusadoptie besproken.
Bel/mail met de casusleiders Jacqueline Wetzels (070) 426 88 53, jacqueline.wetzels@minbzk.nl of Daisy Geurts (070) 379 82 85, t.w.geurts@minez.nl of bel/mail met het team 'Gewoon doén!', Jacqueline Hendrikx (070) 412 31 24, j.hendrikx@minocw.nl.