
Niet alle leerlingen krijgen vanuit hun thuissituatie of verdere omgeving voldoende ondersteuning bij de keuzes waar zij voor staan. Daarom is het Ministerie van OCW in 2008 gestart met het coach4VMBO traject. OCW heeft de VMBO scholengemeenschap Den Haag Zuid-West “geadopteerd” om de leerlingen te coachen. Dit jaar hebben 14 medewerkers van OCW zich opgegeven als coach. Eén daarvan is de SG (OCW) Koos van der Steenhoven. Koos coacht Erwin (gefingeerde naam) en vertelt wekelijks in zijn weblog over zijn ervaringen. Lees zijn verhalen en leer met hem mee.
Erwin meldt zich keurig af. Hij gaat naar de bioscoop met de klas en daarna komen er wat feestweken aan. Ik zie hem pas over drie weken weer. Ik heb er gelukkig vertrouwen in dat hij overgaat naar de volgende klas. Het is nog maar vijf weken schooltijd en dan gaat de stekker eruit.
Erwin heeft een nieuw rooster en dat heeft hij mij niet toegestuurd. Daar maak ik een punt van. Afspraken moet je immers nakomen. Hij schrikt zich een hoedje. Hij zal voortaan doen wat we hebben afgesproken.
Ik merk hoe snel zijn uitspraak van de Franse woorden weer wegzakt. Steeds weer gaan we heel grondig aan de slag.
Hij is een gemotiveerde leerling maar nog niet op het niveau van een havo-klant. We moeten nog heel wat aanpezen.
Het gaat nog steeds goed met mijn zwijgzame coachee. Op vrijdag vallen er zo veel uren bij hem uit dat ik veel langer met hem kan oefenen op Frans en Engels. Zijn uitspraak Engels is enorm veel beter dan voorheen. Zijn Frans nog steeds miserabel. Daarom zijn we vooral met Frans vertaalwerk en uitspraak bezig. Ik vraag aan Erwin wat er na de zomer voor schoolkeuze wordt gemaakt. ‘Ik ga naar de mavo’, zegt hij. ‘Wil je niet liever naar de havo?’, vraag ik hem, ‘je hebt er hersens genoeg voor.’ ‘Ja’, zegt hij, ‘ik wil eigenlijk liever naar de havo.’ ‘Waarom?’, vraag ik. ‘Dat weet ik niet’, zegt hij.
Wordt vervolgd.
Alles voldoende nog steeds. Ik vraag Erwin of hij nu zonder mij verder kan. Ik wilde met opzet eens even de temperatuur bij hem opmeten. Alles moeten we immers evalueren.
Gelukkig zei Erwin dat hij graag heeft dat ik nog met hem mee blijf lopen. ‘Het gaat zo goed, nu u er bij gekomen bent.’
Eerlijk gezegd, zou ik hem ook gaan missen. Die gesprekken met Erwin op de vrijdagmorgen of vrijdagmiddag en het oefenen op de Engelse en Franse uitspraak is een vast bestanddeel van mijn leven geworden. Naast alle drukte is het wel steeds weer een investering, maar geen opgave. Bovendien kom ik steeds meer in gesprek met andere leerlingen en ook met hyperenthousiaste docenten op deze zwarte school. Het gaat er steeds beter.
Erwin is moe. Hij belt af omdat hij ziek is. Hij is vaak ziek. Ik denk dat hij nog minder slaapt dan ik. Zijn mailtje krijg ik tegen 01.00 uur ’s nachts.
Volgende week komen we met de coaches van de school bij elkaar om ervaringen uit te wisselen. Ik ben benieuwd hoe het met de anderen gaat. De resultaten bij Erwin vallen niet tegen.
Afgelopen week hadden we een lunch met de collega’s bij OCW die ook een leerling onder arm hebben genomen. We leren van elkaar hoe je het gesprek moet aangaan en welke valkuilen er zijn. Mooi zo’n kring van hardwerkende collega’s die er in de praktijk ‘iets bij doen’.
Met Erwin ging het deze week goed. Hij is er niet uitgestuurd en hij had voor zijn spreekbeurt over vissen, die wij samen voorbereid hebben, een zeven gehaald. Ik heb hem met al die dingen natuurlijk van harte gefeliciteerd.
Zijn tante komt vandaag uit het ziekenhuis na observatie vanwege haar TIA. Alles lijkt te stabiliseren in het gezin.
Vandaag heeft Erwin moeten toegeven dat hij er de laatste weken weer een paar keer uitgestuurd is. Hij kon dat natuurlijk niet ontkennen want zijn mentor meldde dat. Ik maak een nieuw ‘contract’ met hem dat hij de komende week er voor zorgt dat dit niet weer gebeurt. Het is nog even aanpoten op school en dan is er een week voorjaarsvakantie. Hij kijkt daar naar uit.
We oefenen Frans. Het gaat weer wat beter. Het stukje gaat over ouders die scheiden. ‘Zijn jouw ouders ook gescheiden?’, vraag ik. ‘Nee’, zegt Erwin, ‘ik heb mijn vader nooit gekend.’
Mijn vraag van vorige week aan jullie of ik Erwin moet opstomen tot het hoogste niveau heeft veel reacties opgeleverd. Zeer bedankt. Het leeuwendeel van de reacties ging in de richting van: volhouden en zo hoog mogelijk doorstuwen. En ook nog de reactie daarbij: ‘Steun en ondersteuning zal daarbij steeds nodig blijven. Die coaching moet voorlopig doorgaan.’
Dat idee had ik al. Je laat zo’n jochie natuurlijk niet opeens los.
Lachend komt Erwin mij tegemoet. Hij heeft een 9 voor Engels. Dat hadden we vorige week gerepeteerd en dat had dít effect. Een 8 voor biologie en aardrijkskunde. Erwin is er trots op en dolblij mee. En ik straalde met hem mee. Hij heeft nog wel veel problemen met Frans. Dat gaan we dus stevig oefenen. Zijn uitspraak is abominabel. Nog erger dan die van de gemiddelde Hollander die op de Franse camping een ‘grande pain’ bestelt. Maar ik denk dat Erwin dat wel gaat verbeteren.
Vorige week kreeg ik van een departementale collega de waarschuwing dat ik Erwin niet per se naar de havo of het vwo moet willen laten gaan. Dat kon wel eens boven zijn macht liggen en dan bouw je toch een teleurstelling in. Hier zitten we op een klassiek dilemma: haal je uit een kind wat er in zit door de lat zo hoog mogelijk te leggen, of moet je iets lager gaan zitten om teleurstellingen te voorkomen. Ik kies nog even voor het eerste. En jullie?
Vrijdag weer een ontmoeting met Erwin. Erwin heeft 42 punten op zijn rapport dat hij op 18 januari kreeg. 15 punten meer dan hij had op zijn herfstrapport! Aks hij het zo blijft doen, kan hij over naar vmbo 2. Maar als hij er nog 10 bij weet te sprokkelen mag hij naar de havo. We spreken af dat we daar voor gaan. Hij maakte al weer een goed begin met een 10 voor wiskunde.
Het succes is ook te danken aan zijn tante waar hij bij woont. Ze is streng en oefent ook veel met hem. Zijn tante wil heel graag dat ik Erwin elke week ontmoet, omdat zij samen met mij de stemming erin weet te houden. Ik schrok mij natuurlijk rot dat zijn tante nu een beroerte heeft gehad.
Dat zie je vaker: alle ellende komt op één plek terecht. Erwin heeft geen vader en moeder meer. En nu is de verzorgende tante ook uitgevallen. Erwin en ik spreken af extra aandacht te geven aan zijn schoolprestaties, nu zijn tante er even niet is. (Wordt vervolgd.)
De tante van Erwin belt mij op als ik al 10 minuten op hem sta te wachten in de hal van de school. Er zijn al heel wat docenten langs mij gelopen en enkelen vragen of ‘Mijn leerling’ er al is, en of zij er ‘iets aan kunnen doen’. Ik zeg steeds dat Erwin alle afspraken is nagekomen en dat ik verwacht zo dadelijk te horen hoe zijn rapport eruit ziet. Dan word ik gebeld door Erwins tante. Erwin is vermoeid, voelt zich niet lekker en wil graag na het laatste uur naar huis. Het is kwart over vier. ‘Maar als u vindt dat Erwin nu nog naar school moet komen, dan komt hij’, zegt Erwins tante. Dit lijkt mij teveel van het goede. En ik bemerk ook dat ik graag naar mijn eigen zoontje (9) ga die al een half uur alleen thuis zit. Je moet er wat voor over hebben om voor anderen te zorgen.
Erwins tante meldt mij dat hij een 10 voor wiskunde op zijn rapport heeft en maar één onvoldoende. Voor geschiedenis. Het gaat dus heel goed met Erwin. We maken de afspraak dat we contact hebben op zondagavond. Dat heeft op het moment van afsluiten van dit weblog nog niet plaatsgevonden.
De afgelopen week heb ik Erwin niet gesproken. Volgende week komt hij met zijn rapport bij mij. Ik ben daar natuurlijk best een beetje zenuwachtig over. Komende week ga ik met coachende collega’s bekijken hoe wij elkaar tot steun kunnen zijn in het soms toch ook wel eenzame coachbestaan. Zie ik zeer naar uit!
“Erwin heeft deze week een repetitieweek gehad. Meteen na de kerstvakantie een repetitieweek! Ik weet niet of dat didactisch en pedagogisch verantwoord is. Maar Erwin heeft hard geleerd. Hij houdt niet van sneeuw en ijs. Dat zit dan weer mee. Hij denkt dat hij alles voldoende heeft gescoord. Ik spreek met hem af dat ik volgende week zijn agenda weer eens mag zien. Volgens mij schrijft hij lang niet al zijn huiswerk daar in op. En verder zeg ik dat hij wel moet antwoorden als ik hem een mailtje stuur met een vraag. Toevallig kreeg ik Erwin’s tante aan de telefoon. Zij is heel erg blij dat het met Erwin beter gaat dan voorheen. We spreken met elkaar af dat we contact opnemen zodra we denken dat het weer wat minder gaat. Intussen leer ik zelf ook weer het nodige aan basiskennis ontleden en wiskunde. Mooi meegenomen.”
“Geweldig trots is Erwin als hij mij zegt dat hij de laatste vier weken maar één onvoldoende heeft gehaald en dat hij er niet meer uitgestuurd is. Ik geef hem twee keer achter elkaar een groot compliment en een ferme handdruk.
Meteen na de kerstvakantie heeft de school een repetitieweek. Het risico dat de leerlingen lekker vakantie houden en te laat doorhebben dat ze flink aan de bak moeten, is natuurlijk groot. Ik spreek met Erwin af dat hij de eerste week naar de Kerst toe elke dag ’s morgens één repetitie voorbereidt. Ik stel hem ook voor dat te melden aan zijn opa en oma bij wie hij nu in huis is. Ik zie hem pas weer op 8 januari. Het nieuwe jaar wordt voor Erwin maar ook voor zijn personal coach meteen al weer spannend.”
“Erwin heeft geen onvoldoendes meer gehaald de laatste weken. En hij is er niet meer uitgestuurd, want zijn tas is altijd op orde, omdat hij die ’s avonds pakt.
Zijn tante kijkt voor het eerst van haar leven in een Engels en een Frans leerboek. ‘Ik leer mijn eerste woordjes Frans!,’ zegt zij enthousiast door de telefoon. Er wordt sinds kort overhoord in het gebroken gezin!”
“In deze week waarin de voortijdig schoolverlaters bij OCW centraal lijken te staan, heb ik mijn vaste afspraak met Erwin. Hij kijkt al vrolijk als we elkaar ontmoeten. In de bibliotheek zit nog iemand met een andere klasgenoot van Erwin te oefenen op Frans. Wij gaan naar een hoek en bespreken de dingen van de afgelopen week. Met trots meldt Erwin dat hij geen rode kaart meer heeft gekregen. Dat wil dus zeggen dat hij er niet is uitgestuurd de afgelopen week. Dat is een breuk met het verleden van Erwin. Hij heeft vaak zijn boeken niet gepakt in zijn rugzak en dus niet bij zich. Het helpt dat hij zijn schooltas nu ’s avonds pakt. De afgelopen week had hij steeds alle boeken bij zich.
Nog mooier zijn de SO-briefjes. SO staat voor Schriftelijke Overhoring. Ik herken de blaadjes nog van bijna vijftig jaar terug. Naam en vak en klas moet je invullen. Het vakje ‘cijfer’ wordt door de docent gevuld. Erwin heeft de afgelopen week een 7 en een 7,5 gehaald voor SO’s Frans. En dat, terwijl ik hem moet helpen bij Frans en Engels, want daar had hij alleen maar diepe onvoldoendes voor gehaald. Erwin vertelt dat hij tegenwoordig meteen vrijdags na thuiskomst aan het leren slaat. Na een schooldag die tot half vijf duurt en waar dan nog een reis naar Rotterdam aan gekoppeld wordt, lijkt mij dat een zware opgave. Ik ben ontroerd. Dit is bijna te mooi om waar te zijn. Ik zeg Erwin dat hij een geweldige kerel is en dat hij genoeg hersens heeft om het ver te brengen in de wereld. Hij reageert niet, want hij zegt sowieso bijna niets. Hij kreeg ook nooit een compliment. Maar nu zie ik toch kleine sterretjes in zijn ogen.”
“Erwin is er steeds precies op tijd. Na zijn lessen, om half vier exact, drukken we elkaar de hand. Ik moet hem vooral systeem aanleren. Afspraken zijn daarbij heilig. Hij houdt zich aan de afspraken. Hij glimlacht als wij elkaar weer ontmoeten. We kunnen de bibliotheek niet in voor ons coachingswerk, omdat die op slot zit. Gelukkig komt er een bereidwillige docent met sleutel ons de toegang tot de bibliotheek verschaffen. Deze docent blijkt zowel de mentor van alle eerste klassen, als de gymleraar en de persoonlijke mentor van Erwin te zijn.
‘Weet u wat er allemaal met Erwin aan de hand is?’, vraagt de docent aan mij. ‘Ja, ik weet het wel’, zeg ik. ‘We zijn goed bezig om de onvoldoendes weg te werken.’
‘Ja, maar hoe het met hem gesteld is? Ik zal het maar meteen vertellen. Erwin is verdrietig, hij kan niet praten, hij heeft te veel meegemaakt. Sorry hoor Erwin dat je hier bij zit, maar daar moet je maar tegen kunnen. Dit is toch allemaal voor jouw bestwil. Maar Erwin moet bijspijkeren, want anders blijft hij zitten en kan hij meteen van school af. Hè Erwin? Dat weet je toch wel, Erwin?’
Ik ben beduusd van deze toelichting. Ik vind dat deze informatie aan mij persoonlijk had moeten worden gegeven. Niet waar Erwin bij zit. De docent heeft geen gevoel voor de situatie. De dreiging die van de man uitgaat is groot. Erwin zegt helemaal niets meer.
Als de docent is vertrokken, hoor ik dat Erwin van deze persoonlijke coach een ‘rode kaart’ heeft gekregen, omdat hij zijn boeken niet allemaal bij zich had. Erwin komt los in ons gesprek. We bespreken dat het beter is de schooltas ’s avonds te pakken, want dan vergeet je minder boeken. We hebben een prima bijspijkerles in Frans. Erwin leert nu in het Frans tellen tot duizend. Waarom gaat dat zomaar vanzelf in een half uurtje met deze jongen en loopt in de klas alles zo fout?”
“Mijn eerste gesprekken met Erwin lopen stroef. Hij kijkt de kat uit de boom. Hij is ook moe aan het eind van de schooldag. Om zeven uur ’s morgens is hij vertrokken van huis en na schooltijd moet hij dan ook nog van vier tot vijf nog een gesprek met zo’n vreemde man voeren. De vermoeidheid is hem aan te zien.
We oefenen Engels. Hij heeft alleen maar zware onvoldoendes gescoord. Hij kan de getallen in de tekst niet in het Engels lezen. Hij blijkt helemaal niet te kunnen tellen in het Engels. Ik oefen met hem alle getallen. Tot aan 1000. Nu kan hij opeens alle getallen zomaar vertalen. Ik prijs hem voor de snelheid waarmee hij dat kan leren. Ik zie dat hij verbaasd is. Hij krijgt nooit complimenten. Dat is te zien. Ik zeg hem dat hij heel slim is. Dat hij het VMBO met gemak kan halen. Maar dan moet hij wel blijven leren. Hij knikt, maar denkt iets anders. Volgende week gaan we weer verder.”
“Een groep bewoners is beschikbaar voor coaching van leerlingen die in de brugklas zitten en het moeilijk hebben. Óf met leren, óf met het vinden van hun plek in de groep. En bijna allemaal hebben ze één of twee zeer zwakke vakken. Dat kan in november, na twee maanden op het VMBO, al worden onderkend. Die kinderen hebben vooral structuur nodig en dat wordt hen door deze vrijwilligers geleerd.
Sinds een week ben ik coach van Erwin. Erwin is 12 jaar. Hij kijkt graag televisie. Dat is zijn hobby. Als hij thuiskomt kijkt hij naar Nickelodeon. Huiswerk maken, is niet in zijn schema ingepast.
Erwin heeft al vier rode kaarten. Dat wil zeggen: hij is er al vier keer (buiten zijn schuld, zegt hij) uitgestuurd de afgelopen twee maanden. Hij vindt dat doodnormaal. Hij spreekt niet. Of onhoorbaar. Als ik hem dingen vraag, reageert hij nauwelijks. Hij heeft geen hobby’s, leest nooit een boek – hooguit een stripverhaal. Het liefste is hij op straat. In de klas heeft hij geen contact en geen vrienden. Thuis heeft hij 22(!) vrienden. Op straat. Die neemt hij soms mee naar huis…
Ik ga de komende tijd mijn weblog verrijken met het weekboek vol gesprekken met Erwin. Hij heet anders, want ik wil zijn privacy beschermen.
Het wordt voor mij een enorme opgave om Erwin op het goede spoor te houden. Dat weet ik zeker, inmiddels. Waar ben ik aan begonnen, vraag ik mij af.
Tegelijk bedenk ik mij dat het een enorme winst is voor Erwin, voor zijn familie, voor de school, voor de samenleving en ook voor mijzelf als hij slaagt in de eerste klas, de ruimte pakt en in beweging komt.”