welkom bij casusadoptie
Inspiratie

'Hoe dóe je het?'

André Meiresonne in gesprek met Youp van ZorgeYoup

Youp van Zorge (42) werkt bij de directie Jeugdzorg van Jeugd en Gezin. Grapjes over zijn naam op die plek heeft hij genoeg gehoord. Youp maakt bepaald geen zorgelijke indruk. Integendeel. Opgewekt vertelt hij over zijn ervaringen, in het leven en op het werk.

Afwisseling en avontuur trekt Youp. Zijn studie Internationale Bestuurskunde bracht hem in de Verenigde Staten en Kameroen. Hij ging werken maar nam onbetaald verlof om naar Papoea Nieuw Guinea te gaan, als voorbereiding van promotieonderzoek. Van promoveren is het nooit gekomen, maar de ervaringen daar worden hem niet meer afgenomen. ‘Een spannend land, heel gevaarlijk. Ik onderzocht er de kwaliteit van de universiteiten. Ja, die hebben ze daar, wel zes of zeven. Het hotel was een zwaarbewaakte vesting en de universiteiten lijken wel concentratiekampen, met prikkeldraad en hoge hekken. Er is een cultuur van oog om oog, tand om tand, met alle gevolgen van dien. Ik kwam aan de lopende band doodsbange mensen tegen, van taxichauffeur tot universiteitsdocent. Ik werd daar wel een beetje raar van, labiel zelfs. Wie kon ik hier vertrouwen? Maar gelukkig, de laatste universiteit die ik bezocht had een veilige en mooie campus waar ik weer een beetje tot mezelf kon komen.

Je verplaatsen in een ander
Na zijn studie was hij beland bij de patiëntenvereniging van blinden en slechtzienden. Daar deed hij de fondsenwerving, publiciteit en ledenwerving. ‘Ik heb daar geleerd om me te verplaatsen in een ander. Voor wie werk ik, en wat zijn hun gevoeligheden? Zo lag het gevoelig dat ik als ziende optrad namens blinden en slechtzienden. Een voorbeeld: Er was in die tijd een commercial voor een nieuw ijsje, de ‘Knetter-tops’. Een blinde wordt in dat spotje bij het oversteken omver gereden omdat hij denkt dat hij de rateltikker bij de zebra hoort. Maar het getik komt van het ijsje van een jongetje naast hem. Ik heb tegen deze reclame geprotesteerd en het spotje is van de buis gehaald. Na dit ‘succes’ werd ik overstelpt met klachten over reclames. Of die ook niet verboden konden worden. Ik vond dat ik dat moest afremmen en kreeg dan te horen dat ik als ziende natuurlijk niet kon invoelen hoe grievend die reclames zijn voor een visueel gehandicapte. Tegen zo’n verwijt is geen argumentatie mogelijk. Dan was het goed om mij te realiseren dat het voor mij een baan was, maar voor hen hun leven. En dat het dus niet gek was dat zij wat feller reageerden dan ik.’

Onterechte aannames
‘Hier op het departement gaat het vaak over regels, procedures en geld. Laatst hoorde ik een collega zeggen: ‘Ik denk nooit aan de cliënt.’ Ook bij mijzelf bemerkte ik niet meer de instelling die ik wel had bij de blinden en slechtzienden. Steeds weer denken: ‘Wat betekent dat nou voor de individuele cliënt?’ Op een gegeven moment werd ik hier projectleider van RAP, de RegeldrukAanPak in de jeugdketen. Binnen RAP richtten we ons op wat hulpverleners en cliënten ervaren als regeldruk. Om hier achter te komen moesten we de wereld wel in. Zo kwamen we er achter dat een deel van het probleem bij de instellingen zelf ligt. Er zijn heel wat onterechte aannames over wat er wel en niet mag. Hulpverleners blijken zichzelf onnodige beperkingen op te leggen. Het zijn dus niet alleen de regels zelf die de regeldruk veroorzaken, en het is ook niet alleen de hoeveelheid regels, het gaat ook over de interpretatie van die regels. Er mag meer dan menigeen denkt! Neem nou de privacywetgeving. Hoe vaak wordt niet gezegd: ‘Dat mag niet vanwege de privacy.’ Heel vaak blijkt dat niet zo te zijn. Om duidelijkheid te scheppen – welke informatie mag uitgewisseld worden – hebben we de privacywegwijzer (www.privacywegwijzer.nl) geïntroduceerd. Want ook misverstanden over regels kunnen leiden tot ervaren regeldruk. En die ‘ervaren regeldruk’willen we met 25 procent verlagen. In het boek De Rotonde van Hamed staan dit soort mechanismen trouwens mooi beschreven.’

 

De Rotonde van Hamed
De onderzoekers Albert Jan Kruiter, Jorrit de Jong, Janine van Niel en Constant Hijzen hebben in De Rotonde van Hamed een rode draad geregen door de hindernissen en oplossingen die ze in grote Nederlandse steden zijn tegengekomen. Daaruit blijkt dat een andere manier van werken en denken nodig is in de hulpverleningsaanpak van maatschappelijke uitval:

  • Van het centraal stellen van doelen, beleid en regels centraal naar het centraal stellen van mensen;
  • Van kwantitatieve verantwoording naar kwalitatieve verantwoording
  • Van institutionele winst naar maatschappelijke winst
  • Van versnipperde hulpverlening naar samenwerking en regie
  • Van hoogdravende einddoelen naar kleine stappen met groot effect
  • Van een afwachtende houding naar een proactieve en vasthoudende werkwijze
  • Van het denken in beperkingen naar het nemen van ruimte.

(Bron: Nicis Institute, 2007 / www.nicis.nl)

 

Luisteren naar om wie het gaat
‘Op een gegeven moment heb ik de Kafka Brigade ingeschakeld. Toen merkte ik hoezeer we de neiging hebben om te vluchten in beleidstaal. We hadden een case waarbij een vader al twee jaar bezig was om een indicatie te krijgen voor zijn zoontje. Ik hoefde maar naar de vader te kijken om te weten of wij hem nog begrepen en of hij ons nog begreep. Het was aan zijn gezicht af te lezen. Ik kwam er ook achter hoe belangrijk het is om echt te luisteren naar degenen waar het om gaat. Op een dag hadden we een bijeenkomst in het land, in een hortus botanicus. We spraken met moeilijke jongens, zeg maar ‘petjes’. Ik was onder de indruk van die jongens. Ze waren bereid en goed in staat om te vertellen wat er in hun beleving schortte aan hun opvang en zorg. Toen ik vertrok zag ik ze in die bijzondere bomen hangen. Dat kan natuurlijk niet. Ik realiseerde me: inderdaad, het zijn moeilijke kinderen, maar als je ze de kans geeft krijg je er wel wat uit.’

 

 

De Kafkabrigade: Eerste Hulp bij Bureaucratisch Onbehagen
De Kafkabrigade rukt uit wanneer burgers en ambtenaren zijn vastgelopen in het woud van wet- en regelgeving.
Het is een methode om overbodige bureaucratie op te sporen en aan te pakken. Niet de overheidsorganisatie zelf, maar het probleem vanuit het perspectief van de direct betrokken burgers en ondernemers staat centraal.
Elke (semi-)publieke organisatie die te maken heeft met medewerkers, burgers of ondernemers die tegen problemen door onnodige bureaucratie aanlopen, kan de Kafkabrigade inschakelen.
(Bron: www.kafkabrigade.nl)

 

Open houding
‘Ik wil een structurele verbinding leggen met de mensen waar het om gaat. Hen begrijpen. Daarom heb ik een klankbordgroep opgericht. ‘Doe ik het goed?’ is de centrale vraag. De eerste keer was ik zenuwachtig. Ik zat al gauw op mijn expertise en ging me verdedigen. De gewenste discussie kwam daardoor niet op gang. Dat was een dieptepunt en daardoor erg leerzaam. De tweede keer koos ik voor een andere rol. Ik  was vooral bezig mensen uit te nodigen om hun verhaal te vertellen. Maar hoe doe je dat zonder dat het leidt tot chaos? De eerste keer was doods, doordat ik defensief was en er bovenop zat. De tweede keer was bijzonder levendig maar de agenda kregen we niet afgewerkt. De derde keer stuurde ik wat meer op het proces, maar niet op de inhoud. Zo ging het steeds beter. Inmiddels wordt de agenda grotendeels door de groep zelf bepaald en de klankbordgroepbijeenkomsten zijn een favoriet onderdeel van mijn werkzaamheden. Bij het aannemen van een opener houding heb ik trouwens veel gehad aan het Expert Programma, een opleidingstraject van VWS/Jeugd en Gezin. Openheid is een paraplu voor je kwetsbaar opstellen, nieuwsgierig zijn, ruimte geven, interesse tonen.’

Youp van Zorge

Elkaar wijzer maken
‘Het was best eng om twintig min of meer onbekenden uit te nodigen om mij te voeden. Professionals, ouders, kinderen, denkers. Gaan ze me niet afmaken? We zijn nu zo’n acht keer bij elkaar geweest. Er komen nog steeds mensen bij. Sommigen in hun eigen tijd, zonder vergoeding! Ze willen dat het beter gaat in de jeugdzorg. Natuurlijk, er wordt veel gemopperd maar er is ook veel beroepseer en trots op hun vak. Er zijn nu ook sessies in het land. Daar zie je een geweldige kruisbestuiving. Mensen brengen elkaar op ideeën, maken elkaar wijzer: ‘Hoe doe jij het nou?’ Zo neemt het departement een nieuwe rol in: niet sturend en bevoogdend, maar ondersteunend en faciliterend. Een goed voorbeeld is de landelijke dag voor alle bureaus jeugdzorg die eind vorig werd georganiseerd door de belangenvereniging van medewerkers van bureaus jeugdzorg. De dag stond in het teken van goede initiatieven uit het veld om ‘slimmer’te organiseren. Wij zorgden voor een zaal en de catering, zij maakten het programma. Het was hun dag, en wij hielpen het mogelijk maken. Daar word ik nou blij van. Het verbinden van al die mensen is een heel andere rol dan veel mensen zich bij een beleidsambtenaar voorstellen.’

Werken en leren tegelijk
‘Om zo te kunnen werken heb je behalve voldoende zelfvertrouwen ook een stimulerende omgeving nodig. Je moet stevig in je schoenen staan maar ook fouten mogen maken. Leren door te doen. Dan heb je een manager nodig die je niet direct afbrandt, maar zegt: ‘Dat kan wel beter, vind je ook niet?’ En gelukkig heb ik er zo een. Ik heb nu toch een manier gevonden om mijn hang naar het avontuur en mijn creativiteit kwijt te kunnen. Ik wist nooit hoe. In het werken aan het regeldruk-project in combinatie met de opleiding van het Expert Programma kwam het voor mij allemaal samen. Werken en leren tegelijk. Ik had een zetje nodig, uit mijzelf kwam het niet. En zo kreeg ik tegen mijn veertigste in de gaten hoe ik mijzelf helemaal kwijt kan in mijn werk.’